De (Global) War On Drugs: is ‘meer van hetzelfde’ een oplossing?

In januari 2013 verscheen het EU Drug Markets Report (van het EMCDDA) waarin een aantal opmerkelijke tendensen gepresenteerd werden over de evolutie van de Europese drugsmarkt. Deze blijkt steeds dynamischer en innovatiever te worden, waarbij enerzijds gebruik gemaakt wordt van geglobaliseerde handelsroutes via legale commerciële transportmiddelen en het internet, en anderzijds van een groeiende lokale productie binnen Europa zelf. De internationale drugshandel is de hoofdactiviteit van steeds machtiger wordende criminele organisaties, die volop gebruikmaken van witwasoperaties en geweld niet schuwen om hun belangen veilig te stellen.

Voor sommigen de aanleiding om opnieuw te argumenteren dat de strijd moet opgevoerd worden en er meer middelen dienen ingezet om het tij te keren in de War On Drugs. Maar hebben we dat al niet eerder gehoord? Zijn er goede redenen om aan te nemen dat ‘meer van hetzelfde’ deze keer wel oplossingen zal brengen? Natuurlijk kan niemand gekant zijn tegen het bestrijden en indammen van georganiseerde misdaad of het tegengaan van drugsoverlast in steden, maar is daarmee alles gezegd?

Een beknopt historisch perspectief

Het begrip ‘(Global) War on Drugs’ werd gelanceerd door de Amerikaanse president Nixon en daarna verder gepopulariseerd door president Reagan, in combinatie met de ‘Just Say No To Drugs’ campagnes. Op het niveau van de Verenigde Naties was reeds sinds 1961 het ‘Enkelvoudig Verdrag voor Verdovende Middelen’ van kracht, waarmee men drugsgebruik wilde bestrijden door gebruik, productie en handel illegaal en strafbaar te maken. In de jaren daarop werd de strijd alsmaar opgevoerd onder impuls van de Verenigde Staten, met o.a. grootscheepse vernietigingsoperaties van plantages (cannabis, coca, opium) en steeds zwaardere straffen voor drugsdelicten. In 1998 spraken de wereldleiders op een speciale zitting van de VN zelfverzekerd af om het drugprobleem op 10 jaar tijd uit de wereld te helpen. Volgens toenmalig secretaris-generaal Kofi Annan werd er gestreefd naar een drugsvrije samenleving in de 21ste eeuw. Ondertussen telt de wereld reeds 300 miljoen illegale druggebruikers en nam de slagkracht van criminele organisaties die productie en handel controleren verder toe.

De voorbije jaren kwam er echter een tegenbeweging op gang die de heersende logica in vraag stelde. Zo trad dezelfde Kofi Annan in 2011 toe tot de Global Commission On Drug Policy die oproept om de War On Drugs te stoppen. In hun rapporten komt deze commissie tot de conclusie dat het gevoerde beleid geleid heeft tot desastreuze gevolgen voor mensen en samenlevingen over de hele wereld, en dat er dringend nood is aan een wetenschappelijk onderbouwde aanpak gericht op veiligheid, gezondheid en het respecteren van mensenrechten. De spiraal van geweld met duizenden doden in o.a. Centraal- en Zuid-Amerika, het criminaliseren van (niet criminele) gebruikers en het versterken van wereldwijde criminele netwerken moet omgebogen worden.

Waar gaat het over?

Er is dringend nood aan een kritische analyse van het huidige globale drugsbeleid en onderzoek naar mogelijke alternatieven. De gevolgen en kosten van druggebruik worden ruimschoots gedocumenteerd, maar meestal wordt  de negatieve impact van het beleid grotendeels genegeerd. Toch maakt zelfs het UNODC (UN Office on Drugs and Crime) de laatste jaren in zijn rapporten melding van “onbedoelde consequenties”, zoals:

  • Het creëren van een (enorme) criminele drugsmarkt, waar geweld, uitbuiting, corruptie en winstbejag de boventoon voeren.
  • Het steeds meer toeleiden van financiële middelen naar repressie en justitie, ten koste van preventie, hulpverlening en andere sociale initiatieven.
  • De zich steeds verplaatsende drugsmarkten naar aanleiding van de drugsbestrijding. Dit wordt ook het ‘balloneffect of waterbedeffect’ genoemd. Bestrijding op één plaats, resulteert in een toename ergens anders.
  • Bij tijdelijke schaarste van bepaalde drugs gaan gebruikers op zoek naar alternatieven. De laatste jaren neemt dit fenomeen sterk toe door verkoop via internet en de massale productie van ‘legal highs’, middelen waarvan de risico’s totaal onbekend zijn.
  • De manier waarop gebruikers gediscrimineerd en gecriminaliseerd worden door vele overheden overal ter wereld, tot en met toepassing van foltering en doodstraf.

Wegen de voordelen van de War On Drugs wel op tegen bovenstaande onbedoelde nadelen? En wat zijn eigenlijk de voordelen? Uit onderzoek blijkt alvast dat de mate van druggebruik in verschillende landen niet correleert met de ‘hardheid’ van het gevoerde beleid. Landen met erg repressieve regimes scoren niet beter dan landen met een meer gematigde aanpak, en soms zelfs slechter.

Het is nattevingerwerk om schattingen te maken over de kosten van de huidige War On Drugs en over de opbrengsten van de illegale drugsmarkt. Zeker is dat het om enorme bedragen gaat. In het Alternative World Drug Report (pdf) schat men dat er jaarlijks 100 miljard dollar wereldwijd wordt uitgegeven aan drugsbestrijding, terwijl de opbrengsten van de zwarte markt op 330 miljard dollar geraamd wordt (www.countthecosts.org).

Het is opmerkelijk dat het groeiende aantal voorstanders van hervormingen tijdens de voorbije jaren uit diverse lagen van de samenleving komt en verschillende culturele achtergronden heeft. Het gaat om academici, Nobelprijs winnaars, politici van allerlei strekkingen, hulpverleners, preventiewerkers, religieuze leiders, politiemensen, artiesten, gebruikersgroepen, juristen, economen, ontwikkelingswerkers, wetenschappers, enz. De overgrote meerderheid van hen heeft geen belangen in drugshandel. Vaak zijn voorstanders van hervormingen zelf tegenstander van druggebruik en willen ze het zoveel mogelijk ontmoedigen.

Wat willen de voorstanders van hervormingen?

breaking-the-taboo

Door de diversiteit aan betrokkenen bestaan er natuurlijk verschillende meningen over welke hervormingen nodig zijn en hoe die moeten ingevoerd worden. Sommigen willen enkel het bestaande beleid humaniseren door de nadruk te leggen op decriminalisatie van gebruikers en verdere uitbouw van ‘harm reduction’. Anderen willen overgaan tot beperkte legalisatie van enkele drugs die als minder riskant worden beschouwd. Concreet gaat het meestal over cannabis. In Bolivia gaat het om coca bladeren. Tenslotte willen sommigen de geleidelijke legalisatie van alle drugs. Vanuit de redenering dat enkel op die manier de criminele zwarte markt effectief kan aangepakt worden.

Over een aantal basisprincipes zijn ze het allemaal eens:

  • Het nastreven van een volledig drugvrije wereld is een utopische doelstelling, die nooit kan bereikt worden.
  • Elk druggebruik houdt risico’s in, maar sommige drugs zijn riskanter dan andere. Bij elke vorm van beleid moet met dit laatste rekening gehouden worden.
  • Het meeste druggebruik (van legale of illegale producten) is niet problematisch. Wanneer er toch sprake is van problematisch druggebruik, dan is dat in eerste instantie een symptoom van onderliggende biologische en/of psychosociale problemen.
  • Het beperken van mogelijke schade door druggebruik (‘harm reduction’) moet de primaire doelstelling van een globaal drugsbeleid zijn. Het wordt best nagestreefd  via educatie, preventie, en indien nodig door opvang en behandeling. Harm reduction redt levens. Speciale aandacht moet hierbij uitgaan naar jongeren en andere kwetsbare groepen. Drugsgebruik op jonge leeftijd wordt best voorkomen. Voor kwetsbare groepen moeten specifieke preventie activiteiten ontwikkeld worden, ondersteund door onderzoek.
  • Het discrimineren en criminaliseren van niet criminele gebruikers is inhumaan, bevordert sociale en psychologische problemen en ontwricht levens. Drugsgebruik moet uit het strafrecht.
  • Meetbare effectiviteit van interventies zijn belangrijker dan morele overtuigingen.

Diegenen die legalisatie nastreven motiveren dit als volgt:

  • Het louter verbieden van drugs geeft vrij spel aan criminele organisaties en heeft ertoe geleid dat productie, en dus gebruik, alleen maar is toegenomen. Bij het louter verbieden van drugs wordt de controle over productie en verspreiding van drugs aan criminelen overgelaten. Dit creëert nodeloze gezondheidsrisico’s. Criminele organisaties streven naar ongelimiteerde maximalisatie van winst en tasten vaak het sociale weefsel aan via corruptie, afpersing en geweld.
  • Om de verdere expansie van criminele organisaties te ondermijnen en hen de controle over de drugmarkt te ontnemen, is een (geleidelijke) legalisatie van drugs nodig. Legalisatie veronderstelt ook regularisatie, waarbij productie, distributie en verkoop van drugs door overheden moet  gecontroleerd worden. Voor de meeste voorstanders van (geleidelijke) legalisatie is het niet de bedoeling om drugs vrij in de supermarkt te laten verkopen. Op een gelegaliseerde drugsmarkt moet er bovendien net zo goed speciale aandacht besteedt worden aan de bescherming van jongeren en andere kwetsbare groepen.
  • Een groot deel van de financiële middelen die momenteel besteed wordt aan het voeren van de War On Drugs (grootscheepse politie- en militaire campagnes, vernietiging van plantages, vervolging van gebruikers, kosten voor justitie en gevangenis, enz.) zal kunnen aangewend worden om een gedegen uitbouw mogelijk te maken van preventie, hulpverlening en andere sociale maatregelen die de levensomstandigheden verbeteren.

Hoe kan het concreet verder?

Niemand kan de toekomst voorspellen, dus niemand weet precies hoe het verder moet. Wel ontstaat er een groeiende consensus over het feit dat het ideologisch keurslijf van de War On Drugs moet doorbroken worden en dat andere vormen van drugsbeleid moeten worden geëxploreerd. Het humaniseren van het lokale drugsbeleid is in een heel aantal landen reeds aan de gang. Gebruikers worden anders aangepakt en harm reduction (substitutie programma’s, spuitenruil, gebruikersruimtes, enz.) vindt meer inburgering.

Er zijn al een aantal ‘proeftuinen’ actief waar ervaring wordt opgedaan met alternatieve vormen van drugsbeleid. Het gaat o.a. om Portugal en Tsjechië (decriminaliseren van alle druggebruik), enkele staten van Australië, landen waar medicinale cannabis toegestaan wordt (Nederland, 12 staten van de VS, Israël, enz.), de staten Washington en Colorado in de VS, Spanje en Frankrijk (‘cannabis clubs’), Uruguay, enzovoort.

In Guatemala, Colombia en  Mexico gaan eveneens stemmen op om tot legalisatie over te gaan. In deze landen ondervindt men op desastreuze wijze de gevolgen van de War On Drugs met meer dan 70.000 doden in Mexico tijdens de voorbije 5 jaar en volledige deregulering van het bestuur door criminele bendes en corruptie. In dit verband heeft de Organisatie van Amerikaanse Staten (AOS) recent de opdracht gekregen een studie uit te voeren naar mogelijke alternatieven voor het huidige beleid.

In Nederland, met zijn jarenlange gedoogbeleid, doet zich momenteel een verwarrende situatie voor.  Er is een spreidstand tussen het ministerie van Justitie, dat een hardere lijn wilt volgen (o.a. door het invoeren van de wietpas, die ondertussen weer werd afgeschaft), en steden zoals Rotterdam, Utrecht, e.a. die nu ook de ‘achterdeur’ van de coffeeshops willen regelen door cannabis te gaan kweken onder eigen controle.

Het is zeker nodig onderzoek te voeren in landen waar nu reeds geëxperimenteerd wordt. Via onderzoek kan alleszins achterhaald worden wat het beste werkt op het terrein. Van daaruit is de ontwikkeling van algemene richtlijnen mogelijk. Toch zal elk drugsbeleid voortdurend moeten bijgestuurd worden naargelang de behaalde resultaten en de lokale omstandigheden.

Informeren van het grote publiek is eveneens noodzakelijk om het draagvlak voor een ander drugsbeleid te vergroten. In de media werden immers de negatieve aspecten van drugsgebruik eenzijdig uitvergroot, vaak met goede bedoelingen, terwijl er te weinig vraagtekens geplaatst werden bij de zogenaamde successen van de War On Drugs. Telkens men erin slaagde een grote vangst te doen of een stadsbuurt ‘schoon te vegen’, vergat men het ‘waterbedeffect’ te vermelden. Als je in een waterbed een put duwt, bolt het ergens anders weer op. Onder het geldende drugsbeleid gaat het net zo. Veel hulpverleners, onderzoekers en politiemensen weten dat.

Als uitgangspunt voor een verder debat rond drugsbeleid kan beter uitgegaan worden van de punten van overeenkomst tussen ‘bestrijders’ en ‘hervormers’, in plaats van enkel te focussen op extreme standpunten (‘totale repressie’ versus ‘totale vrijheid’) wat  klinkende krantenkoppen oplevert maar een patstelling doet ontstaan. In realiteit zijn beiden het meestal eens over de volgende doelen die men wil bereiken:

  • Het verkleinen van de kans op problematisch druggebruik en de daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s.
  • Het beperken van criminaliteit, geweld en overlast als gevolg van problematisch druggebruik.
  • Het tegengaan van criminele activiteit rond productie en verkoop van drugs.
  • Het voorkomen van schade aan jongeren en kwetsbare groepen wegens druggebruik.
  • Het voorzien van adequate hulp voor mensen die drugsproblemen hebben en hun naasten.

Eind vorig jaar nam De Algemene Vergadering van de VN een Mexicaanse resolutie aan waarin voor begin 2016 een speciale zitting (UNGASS) wordt aangekondigd. Hier zou een mondiale reflectie over het huidige drugsbeleid moeten plaatsvinden. Het is weinig waarschijnlijk dat er eensgezindheid ontstaat, maar mogelijk worden wel de hardnekkige oude verdragen versoepeld waardoor er meer manoeuvreerruimte komt om nieuwe initiatieven te ontwikkelen.

Meer lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *