Maakt het internet ons verslaafd en dom?

  • grabbed-compo

Het viel te verwachten. Na jaren van hallelujah berichten over de zegeningen van het internet, laat een tegenbeweging sinds 2010 van zich horen. Onderzoekers, opiniemakers, medici, psychologen en pedagogen buitelen over elkaar heen om ons te wijzen op de risico’s en de gevaren van internet, online communicatie en sociale netwerken. We geraken blijkbaar verslaafd aan internet, meer nog, we worden er zelfs dommer van. Nog maar pas werden de resultaten van het CLICK onderzoek bekend gemaakt waarbij ‘internetverslaving’ in België in kaart gebracht wordt. Verder verscheen het boek ‘Digitale dementie’ van Manfred Spitzer, een verderzetting van kritieken die voordien reeds door Nicolas Carr verwoord werden, maar dan radicaler en gericht op jongeren…

CLICK-project

Het CLICK-project werd uitgevoerd in opdracht van Belspo (Federaal Wetenschapsbeleid) en geeft aan dat 1 op de 20 Belgen symptomen van internetverslaving vertoont. Bij jongeren tussen 12 en 17 jaar zou dit cijfer oplopen tot 1 op 10. Concreet scoren 1% van de volwassenen en 3% van de jongeren zeer hoog op de Compulsive Internet Use Scale (CIUS), wat wijst op verslaving.

Jongere problematische internetgebruikers spenderen dubbel zoveel tijd online dan hun leeftijdsgenoten. Ze voelen zich meer eenzaam en depressiever, minder zelfzeker, gaan minder graag naar school en behalen ook lagere schoolresultaten. Hun ouders zijn ook vaker alleenstaand of gescheiden. In vergelijking met de volwassenen is vooral gamegedrag problematisch bij jongeren, terwijl overmatige gebruik van sociale netwerksites op de tweede plaats komt. Bij volwassenen is dit net omgekeerd.

Probleem bij de rapportage van dergelijke onderzoeken in de pers is dat er vaak oorzakelijke verbanden gelegd worden (of toch minstens gesuggereerd), terwijl dat niet zo vanzelfsprekend is. Veroorzaakt veelvuldig internetgebruik depressie en vereenzaming of zijn het net depressieve en eenzame mensen die overmatig gebruik gaan maken van internet? Of is er sprake van een wisselwerking? Uit andere onderzoeken blijkt dan weer dat vereenzaamde mensen vaak aangeven dat ze baat vinden bij het gebruik van sociale netwerksites, o.a. omdat dit soms een tussenstap betekent tot het leggen van offline contacten…

Meer over het CLICK-project: persbericht BELSPO en een artikel in EOS

Het verstrooide brein


Nicolas Carr betoogt reeds enkele jaren dat internet ons oppervlakkiger maakt en ons belet om ‘diep’ na te denken. Door de overkill aan hapklare informatie, e-mails, facebook berichten, smsjes, tweets en youtube video’s wordt onze aandacht voortdurend verstrooid en verliezen we alle overzicht. Een ander gevolg zou kunnen zijn dat ons geheugen achteruit gaat. We proberen immers te veel informatie te verwerken waardoor er slechts weinig in het langetermijngeheugen terecht komt en er dus geen kennis wordt opgebouwd. Andere gevolgen volgens Carr zijn een verlaging van de productiviteit en creativiteit. Carr heeft natuurlijk een punt wanneer we geen rem zouden zetten op de mogelijkheid om eindeloos rond te surfen en te reageren op alle binnenkomende boodschappen. Want internet ‘never sleeps’.

Nicolas Carr beschikt gelukkig wel over een gevoel voor humor en is niet onverdeeld negatief over online toepassingen. Hij ziet er ook vele voordelen in, wanneer het op een goede manier gebruikt wordt. Verder vond hij het zelf een leuk idee om zijn denbeelden uit The Shallows (2010) vertaald te zien in een cartoon versie.

Digitale dementie

Manfred Spitzer, hoogleraar en psychiater, komt met zijn boek Digitale dementie een heel stuk fanatieker uit de hoek dan Nicolas Carr. Met zo’n titel kan je natuurlijk scoren wanneer je tegelijkertijd verwijst naar allerlei wetenschappelijke onderzoeken. Volgens hem zijn computers ronduit schadelijk voor de zich ontwikkelende hersenen van jongeren en zijn iPads voor kleuters niets anders dan ‘kindermishandeling’ (De Standaard, Knack).

Spitzer strooit gul in het rond met harde stellingen. Kinderen leren niets van online toepassingen, hun hersenen verschrompelen, hun geheugenfuncties gaan achteruit, ze vereenzamen en kunnen geen sociale contacten meer aangaan en ze worden onherroepelijk verslaafd.

Hieronder de Brandpunt reportage ‘Het gewiste geheugen’ met een interview.

Niets nieuws onder de zon

Het is eigenlijk niet zo verwonderlijk dat nieuwe media aanleiding geven tot paniekreacties en het teruggrijpen naar ‘de goede oude tijd’ van pen en papier. Zelfs Nicolas Carr maakt zich deze bedenkingen in zijn bekende blogartikel ‘Is Google making us stupid?’.

Plato (of was het Socrates) sprak al vermanende woorden over het op schrift stellen van kennis. Dat zou ons geheugen ondermijnen. De boekdrukkunst werd door sommigen ook niet al te enthousiast onthaald. Het zou het gepeupel op verkeerde ideeën kunnen brengen en hen afleiden van hun taken. Begin jaren 60 van vorige eeuw kon onze dorpspastoor heftig van leer trekken tegen de opkomst van het beeldverhaal. Het maakt lui en ons geheugen ging erbij inschieten (alweer). Over televisie en video werden eveneens banbliksems afgeroepen. Toch bleek de mensheid nog in staat om vanuit zijn luie (televisie)zetel computers te ontwikkelen en het internet op poten te zetten. De laatste stap naar de definitieve ondergang…

Het plastische brein

Om hun stellingen te onderbouwen verwijzen Carr en Spitzer naar wetenschappelijke onderzoeken over de werking van onze hersenen. Als we voortdurend bezig zijn met oppervlakkigheden, dan worden onze hersenen ook oppervlakkig is hun redenering. Volgens hen zullen de nieuwe media ons daarom dommer maken. Onze hersenen blijken inderdaad niet statisch te zijn, maar passen zich aan door het opnemen en verwerken van nieuwe informatie en ervaringen (wat neuroplasticiteit genoemd wordt). Dit betekent echter niet dat alle basisverwerkingsmogelijkheden van ons brein volledig verbouwd worden of verdwijnen door bepaalde ervaringen.

De impact van digitale media is waarschijnlijk veel kleiner dan sommigen ons willen doen geloven. Het is niet door veel te twitteren dat onze gedachtestroom plots verandert in pakketjes van maximaal 140 karakters. En het blijkt evenmin te kloppen dat het tegelijkertijd gebruiken van allerlei online toepassingen onze mogelijkheid tot ‘multitasken’ zou doen toenemen. Hoe graag we dat laatste ook zouden willen, er zijn grenzen aan neuroplasticiteit. Zowel in positieve, als in negatieve zin.

Overigens lijkt onze intelligentie er niet echt op achteruit te gaan, terwijl Spitzer beweert dat de dementering reeds een feit is. Toch blijken kinderen wereldwijd steeds beter te scoren op IQ tests. Dit fenomeen staat bekend als het ‘Flynn effect’, waardoor IQ tests regelmatig terug moeten genormeerd worden. Na een korte stagnering of achteruitgang rond 2005, blijkt het Flynn effect momenteel terug in stijgende lijn te gaan. Betekent dit dat we echt slimmer worden? Daar is nogal wat discussie over. Het zal waarschijnlijker zijn dat vaardigheden voor abstract denken en ruimtelijke oriëntatie toenemen. Vaardigheden die beter aansluiten bij opdrachten in een IQ test. Verbale vaardigheden en woordenschat blijken daarentegen slechts minimaal te stijgen in Europa en de VS. Meer hierover in dit blogartikel van Hilmar Schmundt naar aanleiding van James Flynn’s laatste boek ‘Are We Getting Smarter? Rising IQ in the Twenty-First Century’.

Mediawijsheid

Natuurlijk is het mogelijk dat we verloren lopen op de digitale snelweg en gemakkelijk worden afgeleid door berichten en ‘eye-catchers’. Maar dat geldt toch ook voor ons dagelijkse leven? We worden voortdurend omringd door ‘verleidingen’ die plezier op korte termijn beloven. Daar moeten we mee leren omgaan. Eigenaardig genoeg houdt Spitzer een pleidooi tégen het bijbrengen van mediawijsheid aan kinderen en jongeren. Volgens hem moet digitale toegang voor hen gewoon verboden worden, want altijd schadelijk.

Zoals vaak lijkt de waarheid eerder in het midden te liggen. Het is een feit dat digitale toepassingen toegang geven tot enorme bronnen van informatie en amusement. Maar er is zo’n veelheid aan informatie en toepassingen dat jongeren (en volwassenen) best wat geholpen worden om die veelheid te filteren en er op een goede manier gebruik van te maken. Terecht staat de term ‘digital natives’ ter discussie. Kinderen en jongeren blijken niet zo handig en mediawijs te zijn, zoals vele volwassenen onterecht denken. In Nederland werd dit o.a. aangetoond in het rapport ‘Einstein bestaat niet’ (zie ook dit artikel).

Hoe we jongeren met digitale media laten omgaan hangt ook in grote mate af van hun leeftijd en ontwikkeling. Dimitri Christiakis, van het Seattle Children’s Research Institute, onderzoekt al langer de invloed van de media op kinderen en geeft van daaruit adviezen aan ouders en opvoeders. Zijn werkwijze en ideeën komen goed tot uiting in onderstaande video.

Zijn tablets in het onderwijs een zegen?

Dat valt nog te bezien. Leerkrachten die er nu reeds ervaring mee opdoen, laten verstaan dat het een goed (en zelfs leuk) hulpmiddel kan zijn, maar dat het geen pedagogisch wondermiddel is. In een recent onderzoek door Stef Van Gorp (Thomas Moore hogeschool) blijkt dat 72% van de leerlingen bij het rekenen meer fouten maakt op een tablet dan op papier. Dergelijk eenmalig onderzoek is natuurlijk nog lang geen reden om tablets af te schrijven in de klas. De meeste scholen die er gebruik van maken in hun lessen blijven positief.

In Nederland gaat men overigens van start met enkele scholen die de iPad centraal gaan stellen in hun onderwijs. Verder wordt ook flexibiliteit een kernbegrip: de scholen zullen elke werkdag van het jaar open zijn vanaf 6u30 tot 18u30 en kinderen kunnen voor glijdende uren kiezen. Heel toepasselijk worden deze scholen ‘Steve Jobs scholen’ genoemd. Saskia van Uffelen gaf haar opinie in De morgen.

Wat het hoger onderwijs betreft heeft pedagoog Pedro De Bruyckere zo zijn bedenkingen. Volgens hem kunnen digitale hulpmiddelen zeker een kwalitatieve bijdrage leveren, maar ze worden beter niet ingezet als lapmiddel om ongeïnteresseerde studenten bij de les te houden. In zijn blogartikel ‘Andere tijden, andere studenten, ander onderwijs?’ komt hij tot de conclusie dat er vooral goede lesgevers nodig zijn die kunnen inspireren, ‘ouderwets’ of ‘vooruitstrevend’…

Kunnen computers geen kwaad?

Technologie op zich ontmenselijkt niet, maakt niet dommer of slimmer, maakt je niet beter of slechter. Waarover het gaat is hoe we ermee omspringen. Computertechnologie en internet zijn onontbeerlijk geworden om de exponentiële groei van kennis en informatie (waar het zelf aan bijdraagt) te bevatten, te ordenen, te doorzoeken en te gebruiken. Steven Pinker (hoogleraar psychologie Harvard) komt alleszins tot dezelfde conclusie in zijn artikel ‘Mind over Mass Media’, en kan dat zelfs in een zwierige stijl verwoorden. Zijn blog is een antwoord op, of een nuancering van, de zorgelijke stellingen van Nicolas Carr.

In het artikel ‘Computers kunnen geen kwaad’ geeft Patti Valkenburg, hoogleraar Jeugd en Media universiteit Amsterdam, op haar beurt een genuanceerde reactie op het boek van Manfred Spitzer. Enerzijds maakt ze terechte kanttekeningen bij de wetenschappelijke argumentatie van Spitzer. Anderzijds geeft ze aan dat we als ouders en opvoeders alert moeten blijven en onze kinderen ‘strategieën moeten bijbrengen om zichzelf te beschermen tegen de talloze verleidingen die ons beloningssysteem in ons brein stimuleren’. Met andere woorden: hen leren omgaan met frustraties en teleurstellingen. Dat was vroeger ook al zo…

Categories

One Comment

Leave a Reply