Beeldbellen en blended hulp in de CGG

beeldbellen CGG

Vaststellingen

Naar aanleiding van de Coronacrisis zijn hulpverleners van de CGG massaal moeten overschakelen naar telehulp (telefonisch, via chat, maar vooral via beeldbellen). Het getuigt van veerkracht dat ze daar zo snel in lukten. Tegelijkertijd was er ook veel interesse voor webinars rond blended werken met Depressiehulp, Alcoholhulp en Vaardigleven, maar nog meer voor webinars over online communiceren.

De verplichting om plots online te moeten gaan communiceren heeft heel wat koudwatervrees weggenomen. Voor veel hulpverleners blijkt vooral beeldbellen in de smaak te vallen, ook om na de crisis deze werkwijze (minstens gedeeltelijk) te blijven inzetten.

De geesten beginnen ook te rijpen om, naast individueel beeldbellen, te onderzoeken of deze communicatiemogelijkheid ook kan ingezet worden bij groepen, koppels en gezinnen. Uit literatuur blijkt dat hier veel potentieel in zit, zeker voor de CGG (zie o.a. Gentry e.a. 2019, Kysely e.a. 2020) .

Vanzelfsprekend was er ook veel onwennigheid bij de hulpverleners. Beeldbellen stelde hen in staat om contact te onderhouden, nieuwe contacten te leggen en crisissen op te vangen. Maar velen stelden zich ook de vraag of via online communicatie wel een therapeutisch traject kan opgezet worden.

Beeldbellen en psychotherapie

psychotherapie

Er is de voorbije jaren heel wat onderzoek gebeurd om na te gaan of begeleiding en therapie via beeldbellen bij individuele cliënten, koppels en groepen haalbaar, acceptabel en effectief zijn. Doorgaans is het antwoord ‘Ja’ (Simpson en Reid 2014, Doss e.a. 2017, Banburry e.a. 2018). Daarnaast kan het gebruik van beeldbellen ongetwijfeld bijkomende voordelen opleveren. Namelijk het gemakkelijker bereikbaar maken van psychologische hulp, het reduceren van verplaatsingskosten en –tijd, kleinere disruptie op gebied van werk- en familiale bezigheden, minder ‘no-shows’ en minder kans op stigmatisatie.

In het kader van psychotherapie wordt vaak het belang van de ‘therapeutische relatie of alliantie’ beklemtoond. Deze wordt omschreven als de affectieve verbinding tussen therapeut en cliënt, wederzijds vertrouwen en acceptatie, het samenwerkingsverband en de overeenstemming rond de thema’s en doelstellingen van de therapie.

Uit metastudies (o.a. Berryhill e.a. 2019, Simpson & Reid, 2014) blijkt dat de therapeutische relatie evenzeer via beeldbellen kan tot stand komen. Vaak wordt ze door cliënten hoger ingeschat dan door de therapeuten. Meer zelfs, ook bij therapeuten die op voorhand sterke twijfels hebben over de vorming van een alliantie blijkt deze te ontstaan. Ook wanneer zich online herhaaldelijk technische problemen voordoen.

Bovenstaande vaststellingen zijn onafhankelijk van de therapeutische ‘school’ of de specifieke werkwijze die de therapeut hanteert. Hoewel meer psychodynamisch of experiëntieel gerichte therapeuten de kwaliteit van de relatie belangrijker achten dan de ‘techniekgerichte’ stromingen (CGT, ACT,…), maakt dit in de praktijk weinig verschil.

Blended werken

blended online tools

Blended werken gaat niet louter over het gebruik van digitale tools op zich, maar eigenlijk ook over het meer systematisch en minder ad-hoc werken met cliënten. Het kan zowel hulpverlener als cliënt meer houvast bieden in de uitvoering van een zogenaamd ‘behandelplan’, in samenspraak met de cliënt. Tot nu toe worden behandelplannen nog te vaak beschouwd als een ‘administratieve verplichting’ en niet als een werkinstrument. Idem voor ROM (‘Routine Outcome Management).

Een behandelplan betekent niet hetzelfde als een strak protocol. Het is evenmin vast verbonden aan een therapeutische ‘school’ of psychotherapeutische werkwijze.

We weten uit onderzoek dat psychotherapie of psychologische begeleiding het meest resultaat oplevert wanneer er een evenwicht gevonden wordt tussen systematisch werken en flexibiliteit. Het ontbreken van systematiek resulteert in vaagheid en ‘plukboektherapie’. Rigiditeit van de behandelaar anderzijds, resulteert in weerstand en het zich niet begrepen voelen door de cliënt.

Beeldbellen als ingangspoort voor meer blended werken

Wanneer hulpverleners f2f-gesprekken zullen gaan combineren met beeldbellen, dan zijn ze oppervlakkig  gezien al blended aan het werken, maar daarom nog niet noodzakelijk doelgericht of systematisch. Tijdens webinars over online communicatie kwam tot uiting dat heel wat hulpverleners nood hebben aan enige opleiding, houvast en uitwisseling van good practices rond het behouden van doelmatigheid tijdens online gesprekken. Maar ook rond het garanderen van de privacy voor cliënten.

Het succes van beeldbellen zou kunnen gekoppeld worden aan het gebruik van online programma’s, mobiele apps en wearables om zodoende meer systematiek en continuiteit te garanderen. In dit kader kan een beeldbelapplicatie toegevoegd worden aan bestaande online programma’s, zoals Depressiehulp.

Daarnaast dient opgemerkt dat in de verschillende CGG momenteel een wildgroei ontstaan is aan beeldbeltools die ingezet worden. Vaak missen ze een aantal bruikbare functionaliteiten en/of zijn ze niet ‘GDPR proof’. Hoewel dit laatste tijdens de Coronacrisis niet de prioriteit was (contact leggen werd belangrijker geacht), zal dit in de nabije toekomst wel verwacht worden. Dit pleit voor een gemeenschappelijk bruikbare stand-alone beeldbeltool die aan de GDPR vereisten voldoet en ondergebracht is op een beveiligde server.

Blended groepsaanbod

groepstherapie online

Met een blended groepsaanbod kunnen f2f contacten afgewisseld worden met beeldbelcontacten in groep, al dan niet gecombineerd met online tools (programma’s of apps). In een recente RCT studie resulteerde dit in positieve effecten wat betreft depressieve klachten, cognitief functioneren en gedragsactivatie bij depressieve cliënten (Schuster e.a. 2020).

Uit metastudies komt naar voor dat verschillende vormen van online groepsaanbod haalbaar, acceptabel en effectief kunnen zijn voor diverse cliëntengroepen. Het betreft zowel psycho-educatieve groepen, psychosociale ondersteuning als groepspsychotherapie. Er werd een gelijkaardige outcome gevonden als bij f2f groepen, met een hoge cliënttevredenheid zelfs wanneer zich technische problemen voordeden (Gentry, 2019).

Een goede technische ondersteuning van cliënten, zeker bij kansengroepen, bleek wel een belangrijke vereiste.

Voor de CGG biedt dit perspectieven, vooral in het kader van de wachtlijsten. Waarom geen psycho-educatieve sessies aanbieden via blended of online groepen, waardoor sneller hulp geboden wordt en mogelijk een aantal mensen geen verdere doorstroming behoeven? Een aanbod zou kunnen uitgewerkt worden op basis van MBT (Mentalization Based Treatment), DGT (Dialectische Gedragstherapie) of andere psycho-educatiemodellen voor depressie, angstklachten, trauma en verslaving.

Dit vraagt wel dat er afgestapt wordt van individuele psychotherapie als ‘de heilige graal’ van de geestelijke gezondheidszorg. Het kan tegelijkertijd  zorgen voor lagere drempels, hogere kwaliteit en meer efficiënte doorstroming.

Wat is er nodig?

visie blended hulp

Meer duidelijkheid krijgen vanuit de CGG over hoe ze online communicatie (zowel chat als beeldbellen) en het brede veld van blended hulp een plaats willen geven in hun werking op de langere termijn. Dit kan verschillen per organisatie naar gelang de specifieke noden bij hun doelgroepen. Maar het is mogelijk ook afhankelijk van de engagementen die de CGG willen opnemen in het kader van de doorstroming vanuit de eerste lijn.

Uitgangspunt is wel dat de verantwoordelijkheid bij de CGG gelegd wordt wat betreft de keuzes die ze hierbij maken en dat ze zelf initiatieven nemen voor de implementatie van de hulpverleningsmodellen en de onlinehulp methodes waar ze voor kiezen. Vanzelfsprekend kunnen ze voor implementatie externe hulpbronnen inschakelen wat betreft training en intervisie.

Referenties

  • Simpson S.,  Reid C., Therapeutic alliance in videoconferencing psychotherapy: A review. Aust. J. Rural Health, 2014
  • Norwood C., Working alliance and outcome effectiveness in videoconferencing psychotherapy: a systematic review. J. Clinical Psychology & Psychotherapy, 2018
  • Gentry M., et.al., Evidence for telehealth group-based
    treatment: A systematic review. Journal of Telemedicine and Telecare, 2019
  • Kysely A., et.al., Expectations & Experiences of couples receiving therapy through videoconferencing: A Qualitative study. Front. Psychol., 2020
  • Doss B., et.al., Using Technology to Enhance and Expand Interventions for Couples and Families: Conceptual and Methodological Considerations. J. Fam Psychol. 2017
  • Banbury A., et.al., Telehealth Interventions Delivering Home-based Support Group
    Videoconferencing: Systematic Review. J. of medical internet research, 2018
  • Berryhill M.B., et.al., Videoconferencing psychological therapy and
    anxiety: a systematic review. Family Practice, 2019
  • Berryhill M.B., et.al., Videoconferencing Psychotherapy and Depression: a systematic review. Telemedicine and e-health, 2019
  • Schuster R., et.al., Combined Internet-based and tele group treatment: Feasibility efficacy and mechanisms of change of intense cognitive behavioral treatment for depression. Harv Rev Psychiatry, 2017
  • Weinberg H. and Rolnick A., Theory and Practice of Online Therapy. Routledge. 2019

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *